28 april 1945. Het einde van de Tweede Wereldoorlog komt dichterbij. Het is rustiger geworden in ons land, nu de wapens zwijgen. Maar de militaire aanwezigheid in Brabant is nog gigantisch. Brabant is dan wel bevrijd maar lijkt meer op een politiestaat.

Tijdens de Duitse bezetting waren er ook al veel militairen en militaire voertuigen op straat. Maar na de bevrijding in de herfst van 1944 wordt het nog drukker: pantserwagens, trucks en tanks. Het houdt niet op. Antwerpen is een belangrijke aanvoerhaven. Proviand, voertuigen en allerlei materialen trekken dag en nacht in konvooien door onze provincie, richting de troepen in Duitsland.

Militaire Kruising Nieuwlandstraat-Heuvelstraat in Tilburg met militaire verkeersregelaar

Om dat vervoer te stroomlijnen staan overal wegwijzers in het Engels. Militaire politie op straat, mogelijk duizenden mannen, regelen het verkeer.

Verboden gebied
Die militairen mogen overal komen. Maar in het frontgebied, dus grofweg langs de grote rivieren worden burgers geweerd. Van Halsteren, over Oud Gastel langs Waspik tot voorbij Den Bosch is het sinds november 1944 één grote militaire zone. Als je dat gebied in wil, moet je een vergunning hebben, een permit.

Aan de rand van die zone staan controleposten met voormalige verzetsmensen en politie. Er geldt ook een avondklok. Niemand in de zone mag op straat van 19.00 tot 06.00 uur. De bevolking wordt gewaarschuwd: 'Zij, die zich bij daglicht op dit verboden terrein begeven, stellen zich aan vervolging bloot terwijl diegenen die zich bij duisternis hierop bevinden, bovendien ernstig levensgevaar loopen. Door Geallieerde patrouilles wordt onmiddellijk geschoten.'

Soldaat aan de keukentafel
Dan is er nog de inkwartiering. Vreemde soldaten, vooral Canadezen maar ook . Britten en Polen, wonen bij Brabanders in. En ze wonen in tentenkampen op kazerneterreinen. Hoeveel soldaten hier in die tijden wonen? Betrouwbare cijfers zijn er niet. Het aantal verschilt van tijd tot tijd nogal. Na de bevrijding zijn het er heel veel, rond de grote aanval richting Duitsland begin 1945 nog meer. Voor in het voorjaar van 1945 lopen de schattingen in de tienduizenden mannen.

Hun commandanten zitten op de hoofdkwartieren, zoals in Breda. Delen van de geallieerde organisatie zitten in Tilburg. Daar hebben de geallieerden meer dan 400 huizen gevorderd. De bewoners hebben even pech en moeten naar familie verhuizen. Vooral grotere woningen, zoals burgemeestershuizen en die van notarissen zijn tijdelijke in militair gebruik. Er zitten allerlei soorten eenheden: soldaten die de wederopbouw regelen, maar ook militairen die belast zijn met opsporing van collaborateurs.

Stilte
Na maandenlange schietpartijen is het doodstil aan het front. Bij Waalwijk rapporteert een militaire eenheid: Nothing to record. Weather: fine, cool, heavy showers. Er gebeurt gewoon niks meer.

Ondanks die stilte is er nog steeds waakzaamheid. De geallieerden vertrouwen de vijand niet helemaal. Uit voorzorg hebben de Britten eind april bij Kapelsche Veer nog mijnen gelegd, tegen verrassingsaanvallen.

Dat is begrijpelijk als je ziet dat in Duitsland de oorlog door gaat. Er vallen nog heel veel slachtoffers. In Berlijn gelooft de top van het Derde Rijk nog steeds in een toekomst voor het regime. Adolf Hitler benoemt admiraal Karl Dönitz tot zijn opvolger.

Derde Rijk wankelt
Een van de belangrijkste leiders van Duitsland, Heinrich Himmler (1900-1945) is al weg uit Berlijn. Hij heeft een iets andere agenda. De chef van de SS en Gestapo probeert te onderhandelen met de geallieerden in het westen. Het idee is dat de nazi’s eerst vrede sluiten met de Amerikanen en Britten. Daarna kunnen ze gezamenlijk verder vechten tegen het Rode Leger van de Russen. De geallieerden wijzen zijn aanbod af. Als Hitler er van hoort, geeft hij bevel Himmler te arresteren. 

Himmler (links) naast Hitler

Vandaag op deze dag in april 1945 wordt de Italiaanse fascistenleider ‘Il Duce’ Benito Mussolini vermoord, door partizanen. Daarna werd zijn lijk op zijn kop opgehangen en tentoongesteld.

Onder de grond, verstopt in zijn Führerbunker, hoort Hitler het lot van zijn bondgenoot. Misschien bedenkt hij daardoor dat hij niet levend in handen van de vijand mag vallen.