Precies 75 jaar geleden begonnen in Beverwijk de deportaties van joden. 79 mannen, vrouwen en kinderen keerden niet terug uit de vernietigingskampen. Vandaag werden ze herdacht. Waaronder de 6-jarige Dolly Drilsma.

Een klein huisje aan de Hoflanderweg, aan de rand van Beverwijk. Daar zat Dolly bijna een jaar ondergedoken bij politieagent Leo van der Hoorn en zijn vrouw. Ze was net zes toen ze er in 1942 aankwam.

Dolly kwam uit Zaandam en heette eigenlijk Fien. Haar ouders hadden een stoffenwinkel op de Damstraat en zaten ondergedoken in Krommenie.

Onderduikadres

Een paar keer kwamen ze op de fiets, zonder jodenster, naar Beverwijk om hun dochtertje te bezoeken. Hannie van Egmond-de Wit kan zich dat nog goed herinneren.

"Ze haalden bij ons eten en drinken voor de hele week. Wij hadden een boerderij vlak achter haar onderduikadres. Dolly was mijn vriendinnetje. We waren even oud en speelden samen in de hooiberg. Als er Duitsers aankwamen dan verborg Dolly haar zwarte haren onder een capuchon."

Toen de ouders van Dolly werden verraden en opgepakt, kwamen NSB-ers ook Leo van der Hoorn en Dolly halen. "Ze is daarna naar Amsterdam gebracht en op transport naar Westerbork gezet", vertelt Alex van Luijn van Beverwijk Herdenkt.

Sobibor

"Niet veel later werd Dolly samen met haar oma vergast in Sobibor." Hannie van Egmond-de Wit zocht Dolly nog op vlak na haar arrestatie. "We wisten in welk tehuis ze terecht was gekomen. Ik ben toen met mijn moeder twee keer naar Amsterdam gegaan om haar op te zoeken. De laatste keer dat we daar kwamen stond er een veewagen voor de deur. Kinderen en babies werden als oud vuil daarop gegooid en weggevoerd en vermoord." 

Alex van Luijn heeft samen met een aantal anderen het initiatief genomen om de namen van de vermoorde Joodse Beverwijkers symbolisch weer terug te brengen naar de stad. "Want zij waarvan de namen worden uitgesproken en gelezen, die leven ook voort."