APELDOORN - Bijna 75 jaar na hun dood heeft Ralph Kneefel ervoor gezorgd dat zijn ooms Carel en Henri Kneefel alsnog onderscheiden worden met het Mobilisatie-Oorlogskruis. Beide mannen dienden in het KNIL-leger in Nederlands-Indië toen Japan de regio binnenviel.

Ralph Kneefel, voorzitter van de Stichting Indisch Erfgoed uit Apeldoorn, moest er een dikke pak papier voor opsturen naar het ministerie van Defensie. Maar woensdag is het dan zover: zijn ooms Carel ('Kai') en Henri ('Boet') krijgen in Hilversum postuum het Mobilisatie-Oorlogskruis uitgereikt. Hun dochters nemen de medailles in ontvangst uit handen van Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht Hans van Griensven.

'Ik vond dat bijna 75 jaar na de bevrijding ook mijn ooms wel gewaardeerd mochten worden. Ik lees vaak waar mensen in Nederland postuum nog voor onderscheiden worden, maar de oorlog in Nederlands-Indië wordt daarbij vaak vergeten', zo motiveert Kneefel zijn inzet voor de broers van zijn vader.

Luister een gesprek met Ralph Kneefel op Radio Gelderland terug (de tekst gaat daaronder verder):

'Een belangrijke reden is ook dat we in 2020 75 jaar bevrijding en vrijheid herdenken en dat zeker voor de volgende generaties van wezenlijk belang is te blijven herdenken en herinneren', aldus de Apeldoorner.

Gevangengezet

De twee dienden allebei in het Koninklijke Nederlands-Indisch Leger (KNIL), voordat Nederland capituleerde onder druk van Japan. Carel werd meteen gevangengezet, Henri ontsnapte eerst in de bergen samen met zijn commandant.

Carel Kneefel kwam in juni 1944 als krijgsgevangene om het leven op het schip Tamahoko Maru, dat onderweg naar Nagasaki werd getorpedeerd door de Amerikanen. Henri, die uiteindelijk toch opgepakt werd, werd een paar uur ná de overgave van Japan nog onthoofd. Zo kon het gebeuren dat Japan op 15 augustus capituleerde, maar Henri op 16 augustus midden in de nacht alsnog stierf.