Sergeant Richard Jock Day werd maar 22 jaar. Zijn Lancaster stortte neer bij Zwartemeer, op 22 maart 1944. Day hield zijn vluchten bij in een Air Gunner's Flying Log Book. Dat boek ligt nu in het Museum Collectie Brands.

Marianne Bakker van het Museum Collectie Brands toont een boekje met een verschoten blauw linnen kaft. Daarin staan in een keurig handschrift notities. Sergeant Day was gestationeerd op de RAF-basis in Waterbeach ten noorden van Cambridge. Vanaf hier voerde hij vanaf 1943 diverse trainingsvluchten en officiële missies uit. Bakker: "Alle vluchten werden nauwgezet bijgehouden in dit logboek. Zo kunnen we nu nog lezen op welke dag en tijdstip hij vloog en hoelang de vlucht duurde. Toestelnummers, de namen van de gezagvoerders. Veel trainingsvluchten staan er in het begin genoteerd. Bijzonder interessant vind ik de aanvullende aantekeningen over de aard van de vlucht, zoals night bombing, returned early en bullseye."

Radiotelegrafist en boordschutter

De jonge Day was lid van de Royal Airforce Volunteer Reserve (RAFVR), hij was radiotelegrafist en boordschutter. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een enorme vraag naar vliegtuigbemanningen. De RAFVR rekruteerde aanvankelijk burgers die actief waren bij vliegscholen.

Het graf van sergeant Day in Nieuw Dordrecht (foto: Stichting RAF Monument Nieuw Dordrecht)

Het logboek is in bruikleen gegeven aan het Museum Collectie Brands. Marianne Bakker: "Ieder bemanningslid had zijn eigen logboek. Dit bleef achter op de vliegbasis als de crew een missie vloog", vertelt Bakker. "Vandaar dat het boekje niet verloren is gegaan bij de crash." Het verhaal hoe de bommenwerper van sergeant Day neerstortte, kent ze ook: "Met meer dan 800 toestellen waren ze vanuit Engeland onderweg om Frankfurt te bombarderen. Ze kregen met hun Lancaster een technisch probleem en besloten terug te keren naar de basis in Engeland. In zo'n zwerm bommenwerpers ben je best veilig maar alleen ben je kwetsbaar."

Het toestel werd aangevallen door een Duitse nachtjager en stortte neer ten westen van de Kamerlingswijk bij Zwartemeer. Twee van de zeven bemanningsleden konden zich redden per parachute, ze werden krijgsgevangen gemaakt. Vijf bemanningsleden kwamen om. Bakker: "De laatste notitie in het logboek van Day is dan ook op deze noodlottige dag, 22 maart 1944. Overduidelijk niet van zijn hand. Er staat in een ander handschrift geschreven dat ze ervanuit gaan dat hij dood is: Death presumed."

Bruikleen

Marianne Bakker weet hoe het logboek zijn weg naar de collectie Brands heeft gevonden: "Het is door familie van sergeant Day overgedragen aan de inmiddels oud-voorzitter van Stichting RAF monument Nieuw-Dordrecht. Deze heeft het op zijn beurt in bruikleen gegeven aan Jans Brands opdat het zo dicht mogelijk bij sergeant Day, in Nieuw-Dordrecht dus, bewaard zou blijven.

Sergeant Day en de andere omgekomen bemanningsleden werden op 27 maart 1944 op het kerkhof in Nieuw-Dordrecht begraven. Hier lagen op dat moment ook al andere omgekomen vliegers begraven en later in de oorlog zouden er nog meer soldaten worden begraven. Na de oorlog werden de graven van de witte Britse Wargrave-grafstenen voorzien."

Sleutelbloemen

Op de site van de Stichting RAF Monument Nieuw Dordrecht is een korte biografie van Richard Day te vinden. Hij werd geboren in Marldon in Devon, verhuisde later met zijn ouders en broer naar Londen. Kennelijk was hij schriftelijk en verbaal begaafd: hij won menige "Silver Cup" voor door hem geschreven en voorgedragen speeches. Ook was hij als tiener lid van een aantal andere clubs, daarin gestimuleerd door zijn moeder, die vrij fanatiek betrokken was bij de Primrose League, opgericht door bewonderaars van Brits premier Benjamin Disraeli. De organisatie voerde de sleutelbloem, Disraeli's lievelingsbloem, als wapen. Daarom zouden tot vandaag de dag op het graf van Richard Day sleutelbloemen bloeien.



Moeders' onderschrift op de grafsteen van Sergeant Day.(foto:Stichting RAF Monument Nieuw Dordrecht)

Op de begraafplaats van Nieuw Dordrecht, Drenthe, bevinden zich 24 oorlogsgraven van gevallen R.A.F.-bemanningsleden. De vijf van de neergehaalde Lancaster, onder wie Richard Jock Day, hebben daar hun laatste rustplaats gevonden. Marianne Bakker leest voor van Days´ grafsteen: It is said we shall meet in heaven, if that be true I shall see my boy again. Mother." Het is even stil. Dan verzucht ze: "Dat vergeet je vaak, die jonge jongens verloren hun leven, maar die ouders verloren een kind."