LAAG-KEPPEL - Op vrijdag 10 mei 1940 wordt Nederland onder de voet gelopen door het Duitse leger. De bevolking is geschokt: de Nederlandse neutraliteit is voor het eerst sinds 1815 geschonden door de agressieve macht van de nazi’s. Er is in die dagen van verwarring een groot aantal mensen dat geen enkel vertrouwen meer heeft in een toekomst onder het naziregime. Zij besluiten om een einde te maken aan hun leven. Onder hen bekende Nederlanders als de journalist en auteur Menno ter Braak, mensen uit het bedrijfsleven, wetenschappers, intellectuelen. In totaal 388 mensen waarvan 201 mensen met een Joodse achtergrond. Ook de Keppelse huisarts Bob (Robert Paul) Belinfante (35) en zijn zwangere echtgenote Marianne Belinfante-Lisser (38) proberen in de nacht van zondag 12 op maandag 13 mei 1940 een einde aan hun leven te maken.

Onderstaand artikel is geschreven door Karl Lusink en Henk ten Zijthoff en verscheen half maart in De Hessencombinatie, een magazine in Drempt, Hummelo en Keppel. 

Bob (Robert Paul) Belinfante wordt in 1905 geboren in Amsterdam. Zijn vader is joods, zijn moeder niet. Het is een geseculariseerd gezin. Dat betekent dat het niet gebonden is aan godsdienstige banden of tradities. Vader Ary Belinfante is musicus en het gezin bestaat naast vader en moeder uit zeer getalenteerde kinderen: de dochters Renée en Frieda en zoon Bob. Vader Ary overlijdt op 55-jarige leeftijd in 1924. En er is nog een dochter: Dorothea (Dolly). Dolly overlijdt op zestienjarige leeftijd.

Bob studeert geneeskunde in Amsterdam en als hij in mei 1931 bevorderd wordt tot arts, gaat hij op zoek naar een praktijk. In Laag-Keppel is dokter Bosch actief als huisarts. Tijdens zijn studie had Bob dokter Bosch al een keer vervangen. Bosch komt dan met een aanbod. Als Bob een jaar lang komt werken in de praktijk in Laag-Keppel tegen kost en inwoning en Bosch is na dat jaar tevreden over hem, dan mag jonge kostganger Bob de praktijk en de bijhorende apotheek overnemen. Een jaar voor zijn afscheid overlijdt dokter Bosch (69) echter plotseling op 11 januari 1933. Bob Belinfante krijgt dan de kans om de Keppelse praktijk over te nemen en hij grijpt die kans met beide handen aan.

 

Robert Belinfante op de fiets

In januari 1933 begint Bob zelfstandig de praktijk in het huis van dokter Bosch aan de Rijksweg: toen op huisnummer B-58. Bob Belinfante huwt op 20 januari 1934 met zijn verloofde Marianne (Nan) Lisser in Bloemendaal en het jonge stel vestigt zich aan de huidige Rijksweg 100 in Laag-Keppel, destijds huisnummer B-42b. Nan Lisser is een dochter van Hartog Lisser en Abigaël Benjamins. Het echtpaar krijgt drie kinderen: Samuel (1899), Marianne (1902) en Henriëtte (1905). Nan’s moeder overlijdt in juni 1931. Haar vader Hartog hertrouwt op 24 september 1931 met Jacoba Dekker.

 

Robert en Marianne Belinfante op vakantie, circa 1935

Europa na 1933

In 1933 komt Hitler aan de macht in Duitsland. Al snel blijkt dat het in Duitsland met Hitlers politieke tegenstanders de foute kant op gaat. Ze belanden in concentratiekampen en velen overleven die opsluiting niet. Ook tegen het Joodse deel van de bevolking worden absurde maatregelen op basis van rassenwetgeving genomen. Velen ontvluchten Duitsland en als in 1938 de Kristallnacht plaatsvindt, is het zeker voor Nederlanders die de ontwikkelingen in Duitsland kritisch volgen, duidelijk dat het nieuwe regime bij de oosterburen zeer weinig goeds in de zin heeft. In 1939 volgt de aanval op Polen. Noorwegen en Denemarken volgen in april 1940. In Nederland bestaat grote zorg vanwege de oorlogsdreiging. Nederland is altijd een neutraal land geweest maar de vraag is of dat zo blijft.

De Nederlandse krijgsmacht is sinds 1939 gemobiliseerd. Samuel Lisser, de broer van Marianne Belinfante, is militair bij de genie. In de periode van de mobilisatie is hij een tijd in Laag-Keppel gedetacheerd. Vrijdag 10 mei 1940 In twee bekende dagboeken wordt beschreven hoe het er in Hummelo en Keppel in mei 1940 aan toe gaat. De Amsterdamse sergeant Van der Zwaan noteert zijn ervaringen in Hummelo zorgvuldig in zijn dagboek. Het Nederlandse leger wordt in de Achterhoek binnen een paar uur overlopen door de Duitse Wehrmacht en de SS. Het kleine overgebleven detachement Nederlandse militairen in Hummelo wikt en weegt tijdens de enkele uren waarin de Nederlandse bevelstructuur is weggevallen en de Duitsers nog geen gelegenheid hebben gehad om krijgsgevangenen af te voeren. Wat te doen? Laat je je in de loop van de dag krijgsgevangen maken of ga je er in burger vandoor nu het nog kan. Met ervan doorgaan loop je het risico dat je doodgeschoten wordt. Ze besluiten om op hun post te blijven en worden later op de dag krijgsgevangen gemaakt. Van der Zwaan belandt uiteindelijk in het Poolse gevangenkamp Stargard. Mevrouw Westerbeek van Eerten is de echtgenote van de Hummelose huisarts: ook zij noteert de gebeurtenissen gedetailleerd in haar dagboek.

Laag-Keppel, zaterdag 11 en zondag 12 mei 1940

Bob en Marianne Belinfante moeten op 10 mei met ontzetting de gebeurtenissen hebben gevolgd. Marianne is weliswaar zwanger maar de Duitse inval verlegt het perspectief voor een jong gezin met joodse roots voor de goede verstaander naar een uiterst zwart scenario. En Bob is een goede verstaander. Hij en zijn zussen Frieda en Renée zijn weliswaar half-joods maar omdat Bob gehuwd is met de joodse Marianne is hij volgens de Neurenbergse rassenwetgeving volledig Joods. Op 11 mei heeft Bob ’s avonds nog even contact met zijn buurman, ingenieur Harry Ernst Deleth. Daarbij valt het Ernst Deleth op dat Bob erg pessimistisch is. Waarschijnlijk nemen Bob en Marianne op zondag 12 mei definitief het besluit om samen uit het leven te stappen. Bob schrijft op deze zondag drie ontroerende afscheidsbrieven: eentje aan zijn moeder in Amsterdam, eentje aan de patiënten in zijn praktijk en eentje aan Harry Ernst Deleth en zijn vrouw.

Afscheidsbrief van Robert Belinfante aan zijn patiënten

Laag-Keppel, maandag 13 mei 1940

Vroeg in de morgen neemt buurman Ernst Deleth contact op met burgemeester Cordes van de gemeente Hummelo en Keppel. De Belinfantes doen de deur niet open, ook niet na herhaaldelijk bellen en Ernst Deleth maakt zich zorgen. Cordes komt meteen in actie: hij alarmeert huisarts Westerbeek van Eerten in Hummelo en trommelt veldwachter P. van Dalen op om te assisteren. Er wordt een ladder gehaald en een ruit van de slaapkamer wordt ingeslagen. Westerbeek van Eerten is de eerste die de slaapkamer van zijn collega binnenkomt. Hij constateert direct dat het echtpaar een poging tot zelfdoding heeft gedaan. Het ziet er absoluut niet goed uit, maar de huisarts merkt dat Bob en Marianne nog niet dood zijn. In de praktijkruimte ziet hij dat er morfine en een wit poeder is gebruikt. Bob heeft een injectiespuit van 20 cc gebruikt voor een onderhuidse injectie. Westerbeek van Eerten ziet ook drie afscheidsbrieven liggen. Hij geeft eerst Marianne een cardiazolinjectie. Bob is er echter een stuk slechter aan toe. Westerbeek van Eerten dient zijn collega zuurstof toe en geeft ook hem een cardiazolinjectie en hij laat het echtpaar met de grootste spoed naar het Algemene Ziekenhuis in Doetinchem brengen. Voor Bob is het te laat en zonder bij kennis te zijn gekomen, overlijdt hij volgens de overlijdensakte ’s middags rond 12.00 uur in het ziekenhuis. Rond dezelfde tijd komt Marianne weer bij in haar ziekenhuisbed. Mevrouw Westerbeek van Eerten noteert in haar dagboek nauwkeurig wat er is gebeurd. Dat veldwachter Van Dalen zich met een slagaderlijke bloeding ernstig verwondde aan een glasscherf en ook dringend medische zorg nodig had. In de kroniek over de oorlogsdagen in Hummelo en Keppel (Er op of Er Onder) stopt hier het verhaal over het echtpaar Belinfante-Lisser. Voor Karl Lusink en Henk ten Zijthoff een uitdaging om na te gaan wat er daarna gebeurde. Want op het kerkhof in Hoog-Keppel staan twee grafstenen naast elkaar: een grafsteen op het graf van Bob en een grafsteen op het graf van Marianne. En op de graven liggen naar Joodse traditie soms ook steentjes: er is bezoek geweest. Deze zoektocht gaat jarenlang duren.

De graven van Robert Belinfante en Marianne Lisser


Het tv-programma 75 jaar Vrijheid, op weg naar 2020 zond op 12 maart 2018 een reportage uit over het echtpaar Belinfante: 

 

Marianne (Nan) Belinfante-Lisser: alleen verder

Hoe voelt een echtgenote zich bij het ontwaken na een gezamenlijke poging om uit het leven te stappen? We zullen het nooit weten. Mevrouw Westerbeek van Eerten noteert in haar dagboek: ‘arme, arme Nan…’ Ook na 78 jaar is haar notitie aangrijpend.

De emotie van Nan kunnen we niet beschrijven. We laten dit deel van de geschiedenis over aan het inlevingsvermogen van u als lezer. Wel kunnen wij na jarenlang onderzoek het spoor van Nan volgen vanaf mei 1940 tot haar overlijden in 1944. De eerste dagen na ontslag uit het ziekenhuis in Doetinchem wordt Nan opgevangen door het echtpaar Ernst Deleth in Laag-Keppel. Bob is begraven op het kerkhof in Hoog-Keppel. Nan verlaat Laag-Keppel voorgoed: ze keert er niet meer terug. Eerst trekt zij in bij haar schoonmoeder Georgina Belinfante-Hesse in de Jacob Obrechtstraat in Amsterdam. Begin december 1940 wordt zij opgenomen in het Prinsengrachtziekenhuis en bevalt daar op 6 december van een dochtertje. Hoeveel verdriet kan een mens verdragen? Deze vraag komt op als blijkt dat het meisje levenloos ter wereld komt. In een bron wordt opgemerkt dat het meisje als gevolg van ondergewicht haar vroeggeboorte niet zou hebben overleefd. Of dat werkelijk het geval is geweest? Het kindje was zeker 8 maanden oud en dat is niet extreem prematuur.

Nan verhuist na de bevalling van Amsterdam naar Huizen in Noord-Holland. Ze is daar geboren en kent de streek goed. Ze woont boven de praktijkruimte van een huisarts aan de Naarderstraat (en ook aan het Eikenlaantje 25). Nan werkt voor de Joodse Raad als secretaresse. In die periode hoeft zij nog niet te vrezen voor directe deportatie omdat ze een ‘Sperre’ heeft en daardoor vooralsnog vrijgesteld is van transport naar Westerbork. Maar als dat moment uiteindelijk toch dichterbij komt, wordt het zaak om maatregelen te nemen. Nan duikt onder in Friesland. Bij de weduwe Nooitgedagt-Wiersma aan de Galamagracht in IJlst.

IJlst, december 1943

In december 1943 gaat het niet goed met Nan. Wat er precies aan de hand is, weten we niet. Maar wel is bekend dat op Eerste Kerstdag 1943 via het verzet een beroep wordt gedaan op zenuwarts Nico Verweij in Leeuwarden om medische zorg te verlenen aan Marianne. Hij bezoekt haar in IJlst. Of het ging om een hersenbloeding of een nieuwe poging om uit het leven te stappen: we kunnen er slechts naar gissen. Maar Nan overleeft het niet. Zij overlijdt in IJlst op 10 januari 1944, 41 jaar oud.

De mensen van het Friese Verzet moeten een list verzinnen om Nan clandestien te begraven. Ze gebruiken een sjoelbak om haar te vervoeren naar de boerderij van Marten de Jong aan de Blakendalwei in Scharnegoutum, iets ten noorden van Sneek. Daar wordt zij begraven in een anoniem graf. Op het erf van Marten de Jong liggen nog twee mensen clandestien begraven.

Hoog-Keppel, 1946

De oorlog is voorbij en in Nederland komt het normale leven weer op gang. In april 1946 wordt het lichaam van Nan opgegraven en van Scharnegoutum overgebracht naar Hoog-Keppel. Nan Belinfante-Lisser wordt naast haar echtgenoot begraven. Het zijn een paar droge zinnen die deze gebeurtenis weergeven. Het kostte Karl Lusink jaren van studie en navraag om de levensloop en het einde van Nan op een rij te krijgen. En er ontbrak nog een laatste schakel: wie zorgde ervoor dat Nan werd herbegraven in Hoog-Keppel? Ook hier lukt het om uitsluitsel te krijgen via een van oorsprong Laag-Keppelse bron.

Eind februari 2017 spreken Henk ten Zijthoff en Karl Lusink bij De Gouden Karper met Trudy Asscher-Jacobs. Trudy is geboren in Laag-Keppel en is de dochter van slager Jacobs in de Dorpsstraat. Vader en moeder Jacobs worden in de Tweede Wereldoorlog vermoord door de nazi’s. Hun jonge kinderen Joop en Trudy overleven via de door het verzet geregelde onderduik. Na afloop van de oorlog zijn Joop en Trudy weeskinderen. Trudy gaat naar school in Laren in Noord-Holland en ontmoet daar Ineke Bakker: zij worden innige schoolvriendinnen. Maar zij verliezen elkaar uit het oog. Trudy vertrekt voorgoed naar Israël en bouwt daar een bestaan op met haar echtgenoot. Maar Trudy blijkt het antwoord te weten op de vraag die Karl en Henk in de Joodse gemeenschap hebben neergelegd: is bekend wie de herbegrafenis van Marianne Belinfante-Lisser regelde? Het register van de begraafplaats in Keppel geeft geen uitsluitsel. Eind 2016 komt bij Ten Zijthoff een mailbericht uit Israël binnen van Trudy Asscher-Jacobs. Zij heeft via het internet contact gelegd met haar vroegere schoolvriendinnetje Ineke Bakker. Ze hebben zo’n 65 jaar niets meer van elkaar vernomen. Trudy ontdekt dat de vader van Ineke Bakker familie is van Marianne Lisser. Hij heet Arthur Bakker en hij is een volle neef van Marianne Lisser. Hij was adjunct-directeur van margarinefabriek De Valk in Weesp. Bij navraag van Trudy blijkt hij degene te zijn die de herbegrafenis regelde. Voor Ineke Bakker is Marianne Lisser bekend als tante Nan.

Trudy komt begin 2017 op familiebezoek in Nederland en brengt bovendien een bezoek aan jeugdvriendin Ineke Bakker. Ze wil haar ontdekking graag delen met de Achterhoekse jongens Karl en Henk en komt daarvoor naar Hummelo. Trudy zegt: ‘Als ik in Nederland op bezoek ben, slaap ik altijd een nacht in De Gouden Karper. Altijd één nacht terug naar de omgeving waar ik ben geboren en mijn kindertijd doorbracht met mijn vriendinnetjes.’

Het verhaal ten einde?

Hiermee lijkt de geschiedenis afgerond, maar niets is minder waar. Karl leverde veel van zijn materiaal aan voor schrijfster Toni Boumans. Zij schrijft in 2016 een boek over Frieda, de zus van Bob Belinfante met de titel ‘Een schitterend vergeten leven’. Frieda is zo gegrepen door de dood van haar broer Bob in Laag-Keppel dat zij besluit om terug te vechten. Ze wordt betrokken bij het verzetswerk in de Groep 2000, vervalst identiteitspapieren en is een van de bedenksters van de roemruchte overval op het Amsterdamse bevolkingsregister. Groep 2000 wordt vrijwel volledig opgerold en slechts enkelen overleven de oorlog. Onder de overlevenden is Willem Sandberg, de latere directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

In 2017 verschijnt het boek ‘Mij krijgen ze niet levend’ van Lucas Ligtenberg. Het boek gaat over de golf van zelfdodingen in mei 1940. Uit het onderzoek van Ligtenberg blijkt nog een bizarre link naar Laag-Keppel. Ligtenberg schrijft over de succesvolle Joodse ondernemer Louis Fles uit Amsterdam. Fles kent als internationaal opererend zakenman het vooroorlogse Europa op zijn duimpje en weet precies wat er in het Derde Rijk en de inmiddels bezette gebieden aan de hand is. Hij heeft een dochter: Clara. Clara is gehuwd met een arts: Jan Berman. Jan Berman vertrekt na het overlijden van Bob Belinfante naar Laag-Keppel om de praktijk waar te nemen. Zijn gezin blijft in Amsterdam. Eind mei 1940 reist Louis Fles in wanhoop naar zijn schoonzoon Jan in Laag-Keppel. Op de één of andere manier weet hij zich vermoedelijk toegang te verschaffen tot de morfinevoorraad in de dokterspraktijk. Fles reist na het bezoek aan zijn schoonzoon Jan terug naar Amsterdam. Op 24 mei 1940 overlijdt Louis Fles in de Valeriuskliniek in Amsterdam aan vergiftigingsverschijnselen door een overdosis morfine. Die is naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit de dokterspraktijk in Laag-Keppel.

In het najaar van 2017 is er nog een verrassend bericht van een mevrouw uit Heelsum. Haar overleden moeder was in haar jonge jaren apothekersassistente bij Bob Belinfante in Laag-Keppel. Toen Marianne in mei 1940 vertrok uit Laag-Keppel om daar niet meer terug te keren, gaf zij een ring aan de assistente. Plus enkele sierborden en nog een aantal voorwerpen uit de boedel. Nan zei erbij dat de assistente de spullen goed zou kunnen gebruiken als zij op een dag zou trouwen. De Heelsumse wilde deze aandenkens van Nan teruggeven aan de familie. En dat is gelukt. Ze zijn nu in Australië: down under bij Ian Lisser, de kleinzoon van Marianne’s broer. De broer die als genist tijdens de mobilisatie onder meer in Laag-Keppel was gelegerd.

Epiloog

In Amsterdam groeien begin 1900 drie zeer getalenteerde kinderen op. Bob studeert cum laude af als arts. Zus Frieda is het muzikale talent en wordt cellospeelster en verzetsstrijdster. Later volgt zij haar hart door de keuze voor het dirigentschap: zij is de eerste vrouwelijke dirigente in Nederland, maar vertrekt na alle ellende in Nederland en Europa al vrij snel na afloop van de Tweede Wereldoorlog naar de Verenigde Staten. Zus Renée is vertaalster en schrijfster. Zij vertaalt onder andere het boek ‘Keetje Tippel’ van Neel Doff uit het Frans. Dat boek wordt in 1975 zeer succesvol verfilmd door Paul Verhoeven met Rutger Hauer en Monique van de Ven in de hoofdrollen. Met de naaste familie van Nan loopt het heel slecht af. Nan’s vader, stiefmoeder, broer en zus worden allen door de nazi’s vermoord. Gebeurd is gebeurd en niet terug te draaien. De keuze van Bob en Nan Belinfante om de strijd op te geven is zeer zeker verklaarbaar. Bob schrijft aan zijn naasten dat hij zijn lot liever zelf in de hand houdt dan de Gestapo daarover te laten gaan. Zijn hoop op een betere wereld is in ieder geval voor onze dreven in de Achterhoek zeer zeker uitgekomen. In de komende tijd van herinnering aan en herdenking van de bittere meidagen van 1940 is het goed om stil te staan bij wat deze prachtige mensen is overkomen door een democratisch gekozen oorlogszuchtig en misdadig regime dat rassenhaat tot norm verhief.

Robert en Marianne Belinfante

Bronnen:
- Onderzoeksmateriaal van Karl Lusink
- Artikel in de Leeuwarder Courant van 12 mei 2009 (met als kop: Dode Jodin 2)
- Artikel in de Leeuwarder Courant van 4 mei 2009 (met als kop: Overleden onderduikster werd vervoerd op sjoelbak)
- Het dagboek van sergeant Van der Zwaan
- Het dagboek van mevrouw Westerbeek van Eerten-Faure
- Toni Boumans: Een schitterend vergeten leven, de eeuw van Frieda Belinfante
- Lucas Ligtenberg: Mij krijgen ze niet levend

Deel op Facebook
Deel in je netwerk
Deel op Twitter
Deel met een vriend