WINTERSWIJK - Hoe wordt een diepgelovige Achterhoekse huisvrouw en moeder van vijf kinderen, leider van de grootste verzetsgroep in Nederland? Verzetsstrijdster Heleen Kuipers-Rietberg, alias 'Tante Riek,' uit Winterswijk is tot haar arrestatie de stuwende kracht achter de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, die op 25 november 1942 wordt opgericht. In totaal vindt Tante Riek onderdak voor zo'n 300-duizend Joden en mannen die onder de Arbeitsinzet proberen uit te komen.

't Geloof heeft haar gedragen,
De liefde gaf haar kracht,
De hoop deed niet versagen,
Tot redding was gebracht'

Deze regels staan bij het standbeeld van een vrouw die een jong hert beschermt. Prinses Wilhelmina onthult op 4 mei 1955 het beeld ter ere van verzetsstrijdster Heleen Kuipers. De vrouw is Heleen zelf, het hert symboliseert de onderduikers voor wie ze zich met hart en ziel inzette. Wilhelmina zegt bij de onthulling: ‘Het geloof, de geestkracht, de taaie volharding en het beleid van tante Riek, met zoveel verbeeldingskracht gevoerd, zullen in onvergetelijke herinnering bij ons voortleven.’

Het beeld aan het mevrouw Kuipers-Rietbergplein in Winterswijk

Een vrouw van principes

Heleen wordt op 26 mei 1893 in Winterswijk geboren als vierde kind in het gereformeerde gezin Rietberg. Ze volgt de lagere school en gaat daarna naar de de HBS, waar ze haar toekomstige echtgenoot, Piet Kuipers leert kennen. Ze trouwen op 21 april 1921 en krijgen vijf kinderen, twee zoons en drie dochters. Piet gaat werken in de graanhandel van zijn schoonvader, Heleen wordt huisvrouw en wijdt zich aan het moederschap. Het geloof is ontzettend belangrijk voor haar en als overtuigd christen ziet ze in de jaren '30 de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland met lede ogen aan. Heleen is een vrouw van principes en Hitlers opvattingen stroken totaal niet met haar christelijke waarden. Je leeft niet alleen voor jezelf, maar ook voor je naaste, dat is Heleens drijfveer. En dus richt ze in Winterswijk een lokale afdeling van de Gereformeerde Vrouwenvereniging op en neemt ze zitting in het bestuur van de landelijke bond. De vele contacten die ze daar opdoet blijken later van grote waarde.

In het verzet

Op 10 Mei 1940 vallen de Duitse troepen Winterswijk binnen, tot grote gruwel van Heleen, ze heeft ronduit een hekel aan de bezetters. Haar gezin gaat het verzet in, haar man en zoons verspreiden illegale blaadjes en bezorgen distributiebonnen op onderduikadressen. Zelf nemen Piet en Heleen ook twee Joden in huis en zoeken ze naar veilige adressen om andere onderduikers in de Achterhoek onder te brengen. De kinderen vinden het heel normaal dat hun ouders andere mensen helpen.

'Het hoorde bij ons gezin. 's Avonds klopten onderduikers bij ons aan, ze bleven eten en daarna gingen ze naar een onderduikadres. Dat er boven Joden woonden, was de ook normaalste zaak van de wereld, daar stond je niet bij stil'.
Heleen Stevenson-Kuipers, jongste dochter van oom Piet en Tante Riek

De familie Kuipers, derde van links dochter Heleen, naast haar moeder - Het Museum Winterswijk – foto collectie familie Kuipers

De deur van het echtpaar Kuipers staat altijd open. Heleen gebruikt haar contacten van de Gereformeerde Vrouwenvereniging om aan onderduikadressen te komen en zo 'rolt' ze eigenlijk het verzet in. Piet en Heleen opereren onder de schuilnamen oom Piet en tante Riek, naar haar overleden zus Hendrika. In de loop van 1942 moeten steeds meer Joden onderduiken en is er behoefte aan een beter georganiseerde verzetsgroep.

Tante Riek duldt geen tegenspraak

In november 1942 komt tante Riek in contact met de gereformeerde predikant en verzetsman Frits Slomp. Ze weet hem over te halen om mee te werken aan de oprichting van een landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers, met een '...combinatie van flinkheid, doortastendheid, scherp inzicht en tederheid (...) Ze was een door en door lieve moeder, maar daarnaast was haar opdracht zo absoluut dat je haar gewoon niet tegen kon spreken,’ aldus dominee Slomp. Hij aarzelt, omdat hij het te gevaarlijk vindt, maar tante Riek weet van geen wijken: 'Zeg kerel, zou het nou zo erg zijn als jij om het leven kwam, als er duizenden jongens gered werden?' Slomp staat met mijn mond vol tanden en stemt in. Samen zetten ze de grootste verzetsorganisatie in Nederland op: de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, afgekort LO. De officiële oprichtingsvergadering is op 25 november 1942. Een paar maanden later voegen de Landelijke Knokploegen (de LKP) zich ook bij de LO. In totaal helpt tante Riek circa 300-duizend onderduikers aan onderdak, voedsel en verzorging.

Tante Riek is bijna dagelijks op pad voor de organisatie en ondertussen draait haar gezin ook gewoon door. Haar jongste dochter herinnert zich haar als een hele lieve en goede moeder.

'Moeder kon alles, niet alleen in de huishouding, ze was ook een hele lieve moeder. We gingen naar de speeltuin, en uit wandelen en fietsen. Ze las ons altijd voor en zong veel versjes met ons. Ze was heel muzikaal en kon goed zingen, en ook in organisaties kon ze goed haar woordje doen. Maar misschien heeft ze wel eens te veel hooi op haar vork genomen'.
Heleen Stevenson-Kuipers

In 1943 wordt het werk tante Riek bijna te veel. De toenemende stroom onderduikers brengt angst en spanning met zich mee en dat zorgt ervoor dat ze tegen overspannenheid aan zit. Ze overweegt te stoppen met verzetswerk, maar niemand wil het van haar overnemen. Haar plichtsgevoel overwint en ze gaat door. Riek woont alle regionale en lokale vergaderingen bij, die meestal bij het echtpaar Kuipers thuis zijn. Op zulke avonden zijn twaalf tot vijftien man aanwezig.

Het huis van de familie Kuipers, waar veel vergaderingen plaatsvinden

'De steeg naast het huis stond dan helemaal vol met fietsen van verzetsmensen. Lokale politiemensen wisten wel wat er aan de hand was, maar ze lieten ons gelukkig met rust. Belangrijke papieren werden veilig verstopt achter een deurtje in de pomp van de buren, niemand die ze ooit gevonden heeft'.
Heleen Stevenson-Kuipers

Verraden

Op 24 mei 1944 krijgen Piet en Riek een waarschuwing van een 'goeie' politieman: het wordt te gevaarlijk in Winterswijk, de Sicherheitsdienst is ze op het spoor en er is een inval gepland in huize Kuipers. Het echtpaar heeft geen tijd te verliezen en vlucht met de trein naar Arnhem. De twee oudste dochters wonen dan al niet meer thuis en de twee jongens doen dat jaar eindexamen. Alleen jongste dochter Heleen zit nog op de lagere school. Die middag komt ze thuis in een leeg huis: 'Ik kwam om vier uur weer thuis uit school, en ik riep: 'Moeder!,' maar er was helemaal niemand thuis, ze waren gevlucht. Moeder was er altijd. Tot die dag... Zo snel kan het gaan.' De kleine Heleen wordt ijlings naar familie gebracht, de SD treft bij de inval een verlaten huis aan.

Piet en Riek vluchten naar een onderduikadres bij vrienden in Bennekom. De jonge Heleen woont intussen bij twee oude nichten en heeft vreselijke heimwee naar haar ouders. Ze mag nog één keer een avond op bezoek in Bennekom. Het zal de laatste keer zijn dat ze haar moeder ziet.

Na een paar dagen op het onderduikadres in Bennekom houdt tante Riek het niet meer uit. Ze is gespannen en zenuwachtig en wil weg. Daarvoor zijn nieuwe persoonsbewijzen nodig, maar de LO is geïnfiltreerd en de actie is verraden. Het gaat helemaal fout, op 17 augustus 1944 wordt de koerier die de nieuwe persoonsbewijzen komt brengen, gearresteerd. Onder druk vertelt hij alles en de volgende dag valt de Sicherheitsdienst het schuiladres in Bennekom binnen. Piet en Riek worden opgepakt.

Vals persoonsbewijs van tante Riek - Het Museum Winterswijk, collectie familie Kuipers

Piet en Riek worden gevangen gezet in de Koepelgevangenis in Arnhem, hun cellen liggen naast elkaar. Riek zingt, naar verluidt, regelmatig een psalm voor haar man om hem op te beuren. Tijdens de verhoren neemt ze alle schuld op zich, Piet weet zogenaamd van niks. Zo hebben ze dat van tevoren afgesproken, met het idee dat een vrouw waarschijnlijk minder zwaar gestraft zal worden. Het werkt, de Duitsers laten Piet vrij snel gaan en hij duikt onmiddellijk weer onder. Riek wordt intensief verhoord, maar ze houdt haar lippen stijf op elkaar en verraadt geen enkele naam. Tijdens haar gevangenschap heeft ze veel steun aan haar onwrikbare geloof. In een brief naar huis schrijft ze: 'k Heb veel mogen bidden en zingen van Gods eeuwige liefde. En laat mijn kinderen dat altijd onthouden: het eeuwige leven is van meer belang dan het aardse en wie Hem liefheeft is van zijn zaligheid zeker.’

Moederlijk tot het eind

Friedrich Enkelstroth, de chef van de SD in Arnhem, verbaast zich tijdens de verhoren over de beschaafde, zachtaardige vrouw die voor hem zit, een moederlijk type. Hij had verwacht dat de leidster van de grootste Nederlandse verzetsorganisatie een felle kenau zou zijn.

Die moederlijke kant krijgen haar medegevangenen in Ravensbrück ook te zien, het concentratiekamp waar Riek begin september 1944 terecht komt. Onderweg ziet ze nog kans een briefje uit de trein gooien, waarin staat te lezen: ‘Lieve Piet en kinderen. Zitten in wagons te wachten op transport. Waarheen? We weten het niet. Wees Gode bevolen. Bidt voor elkaar. Je liefhebbende moeder.’ Het is het laatste levensteken dat de familie ontvangt.

Rieks laatste briefje – Het Museum Winterswijk, collectie familie Kuipers

In Ravensbrück komt Riek terecht in het breicommando en later wordt ze 'Tisch-alteste' (tafelhoofd), waarbij ze het voedsel moet verdelen onder de vrouwen die overdag in de Siemens fabriek moeten werken. Ze betekent veel voor haar mede-gevangenen en ondanks de erbarmelijke omstandigheden is Heleen vrolijk en liefdevol en biedt ze de vrouwen steun en troost.

'Samen hebben we gebeden, gepraat, op appèl gestaan, geslapen, van thuis gesproken en naar huis verlangd. ’t Was een heel lieve vrouw, zo echt een moederlijke vriendin'.
Mevrouw Nieuwenhuis-Schilpzand, mede-gevangene

In alle ellende van het concentratiekamp heeft Riek enorme steun aan haar rotsvaste geloof in God. Haar barak-genoot Corry ter Boom vertelt na de oorlog aan de familie hoe ze samen in een krib sliepen en praatten over God. Het bood ze troost en steun.

Eind oktober gaat het mis. Heleen Kuipers wordt zelf ziek en op 27 of 28 december sterft ze op 51-jarige leeftijd, waarschijnlijk aan tyfus of een longontsteking.
 

Tekening impressie Ravensbrück - Het Museum Winterswijk, collectie familie Kuipers

Eerbetoon

Dat Riek is gestorven, wordt pas veel later in Nederland bekend. Het gezin Kuipers heeft geen idee van het lot van hun vrouw en moeder en pas maanden later krijgen ze bericht. Piet doet een oproep en er komen brieven van vriendinnen uit Ravensbrück met de bevestiging van haar dood.

Op 9 mei 1946 wordt tante Riek postuum onderscheiden. Piet Kuipers neemt in het Paleis op de Dam in Amsterdam het verzetskruis in ontvangst van koningin Wilhelmina. Pas negen jaar later, in 1955, onthult de inmiddels afgetreden Wilhelmina het beeld ter ere van Heleen Kuipers, alias tante Riek. Dochter Heleen is ook bij de onthulling: 'Het deed me niks, dat hele standbeeld. Ik miste alleen maar mijn moeder heel erg.' Na afloop, tijdens een lunch op het gemeentehuis komt Wilhelmina bij de familie aan tafel zitten. Ze zegt tegen Heleen: 'Je bent zeker wel trots op je moeder.' Heleen antwoordt: 'Ik wou dat ze er gewoon was.'

Afgelopen jaar is Heleen voor het allereerst bij de herdenking bij het standbeeld, samen met haar kleindochter, voor het eerst in jaren voelt ze, naast het gevoel van gemis, ook trots: 'Ik weet nu dat het geweldig is wat ze gedaan heeft en ik ben blij dat er meer mensen waren zoals zij, die voor hun mening durfden uit te komen en – nog veel belangrijker- ook de daad bij het woord voegden.'

Prinses Wilhelmina onthult het standbeeld - Polygoon - Beeld en Geluid

 

Deel op Facebook
Deel in je netwerk
Deel op Twitter
Deel met een vriend