APELDOORN - Op dinsdag 24 oktober 1944 moet het Rooms-Katholieke Ziekenhuis in Apeldoorn op zoek naar een nieuw onderkomen voor de patiënten. Door het geallieerde bombardement op het station op maandagavond zijn er heel veel ruiten gesneuveld, en liggen de zieken in de kou. Een zoektocht naar een geschikte locatie volgt.

Het is voor veel Gelderlanders in 1944 inmiddels een normaal verschijnsel: geallieerde bommenwerpers die overvliegen naar Duitsland. Maar steeds vaker vallen die bommen op Gelderland. Zo ook rond half acht 's avonds op maandag 23 oktober rond het station in Apeldoorn.

In het dagverslag van de Luchtbeschermingsdienst staat het volgende over die avond: "Er vielen in de avonduren in de omgeving van het station 8 brisantbommen, waarvan 7 ontploften en 1 niet. Zes doden vielen onder de burgerbevolking te betreuren, ook enige zwaar- en lichtgewonden. Een 8-tal huizen werden totaal verwoest, terwijl plusminus 700 panden glasschade opliepen." 

De zwaargewonden worden naar de verschillende ziekenhuizen gebracht. Ook naar het rooms-katholieke ziekenhuis. Een van de operatiekamers is daar onbruikbaar geworden, de ramen zijn door het bombardement gesneuveld. In een andere operatiekamer wordt voor het leven van een zwaargewond meisje gestreden, maar tevergeefs. Zeker acht mensen komen om door het bombardement.

De geneesheer-directeur van het ziekenhuis jonkeer H.L. van Vierssen Trip beschrijft in een verslag van het laatste oorlogsjaar de moeilijkheden om aan een noodziekenhuis te komen. Meer daarover kunt u lezen in de Apeldoornse oorlogskroniek.