GROESBEEK - Op 9 en 10 oktober 1944 moeten de Groesbekers die een veilig heenkomen gevonden hebben in De Lage Hoenderberg weg. Eind september is het voor de bewoners van Groesbeek-Breedeweg te gevaarlijk geworden. Vlak voor de Duitsers Breedeweg heroveren, worden ze naar het buitenhuis van de jezuïeten in de bossen tussen Groesbeek en Molenhoek geëvacueerd.

Soldaten in de omgeving van Groesbeek - Publiek Domein

Op 17 september landen Amerikaanse parachutisten in de omgeving van Groesbeek. Ze weten een deel van de gemeente te veroveren, maar de Duitsers geven zich in het gebied zo vlak bij de grens nog lang niet gewonnen. Wekenlang wordt er zwaar gevochten, eind september zucht het dorp dagenlang onder zware granaatbombardementen vanuit het Reichswald. De Groesbekers durven dagenlang hun schuilkelders amper te verlaten. Op 29 september moeten de inwoners van Breedeweg het dorp verlaten. En op 1 oktober besluit de burgemeester dat het nu echt te onveilig wordt in het dorp, de volgende dag moet de hele burgerbevolking Groesbeek verplicht verlaten. Iedereen die achterblijft doet dat op eigen risico.

2 oktober 1944, evacuatiedag

De tienduizend Groesbekers moeten op 2 oktober te voet of per fiets naar Niftrik, langs de route Heumensche Baan - Heumen - Overasselt - Wijchen. Daar moeten ze zich op de Markt verzamelen, waar ze te horen krijgen dat wie een veilig onderkomen bij familie in de buurt kan vinden dat vooral moet doen.  Wijchen zelf blijkt al vol te zitten met vluchtelingen uit Elst en de Betuwe. Daarom trekken zij die in de buurt geen onderdak vinden verder, de Maas over, Brabant in. Vanaf daar gaat de reis soms zelfs verder naar België.  

De evacuatie verloopt rommelig. Families, vrienden en bekenden raken elkaar uit het oog. In de herfst van 1944 verschijnen er in de krant berichten van Groesbekers die naar elkaar op zoek zijn:

Krantenadvertenties waarin Groesbekers die uit het oog verloren dierbaren proberen op te sporen - G.G. Driessen